Het woord voor "politie" in het Frans is:
la police
Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en verwijst naar zowel de politie en politieagenten in het algemeen.
Geslacht en artikel
-
la police - de politie
-
une voiture de police - een politieauto
-
un agent de police - een politieagent (mannelijk)
-
une agente de police - een politieagent (vrouw)
Voorbeeld:
La police est arrivée rapidement.
De politie was snel ter plaatse.
Algemene woordenschat
| Engels | Frans |
|---|---|
| politieagent | agent(e) de police |
| politiebureau | commissariat de police |
| politieauto | voiture de police |
| politie | forces de l’ordre |
| om de politie te bellen | appeler la police |
| politierapport | rapport de police |
| politiesirene | sirène de police |
| oproerpolitie | police anti-émeute |
| agent in burger | agent en civil |
| strafrechtelijk onderzoek | enquête criminelle |
10 gebruiksvoorbeelden met vertalingen
-
Appelle la police, vite !
Bel de politie, snel! -
La police enquête sur l’affaire.
De politie onderzoekt de zaak. -
Il travaille au commissariat de police.
Hij werkt op het politiebureau. -
Une voiture de police est garée devant la maison.
Er staat een politieauto voor het huis geparkeerd. -
L’agent de police a demandé les papiers.
De politieagent vroeg om de documenten. -
La police a arrêté le suspect.
De politie arresteerde de verdachte. -
Elle est agente de police depuis cinq ans.
Ze is vijf jaar politieagent geweest. -
Ils ont entendu la sirène de police.
Ze hoorden de politiesirene. -
La police patrouille dans le quartier.
De politie patrouilleert in de buurt. -
Un rapport de police a été rédigé après l’incident.
Na het incident werd een politierapport opgesteld.