Markt in het Frans

Het woord voor "markt" in het Frans is:

marché

Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord gebruikt voor zowel openluchtmarkten en economische markten.

Geslacht en artikel

  • le marché - de markt

  • un marché - een markt

Voorbeeld:
Je vais au marché le samedi matin.
Op zaterdagochtend ga ik naar de markt.


Soorten markten

  • marché alimentaire - voedselmarkt

  • marché en plein air - openluchtmarkt

  • marché couvert - overdekte markt

  • marché fermier - boerenmarkt

  • marché de Noël - Kerstmarkt

  • marché aux puces - vlooienmarkt

  • marché local - lokale markt

  • marché hebdomadaire - wekelijkse markt


In Bedrijf en Economie

  • marché financier - financiële markt

  • marché du travail - arbeidsmarkt

  • marché immobilier - vastgoedmarkt

  • étude de marché - marktonderzoek

  • offre et demande du marché - vraag en aanbod op de markt


Verwante woordenschat

  • vendeur / vendeuse - verkoper / verkoper

  • client / cliente - klant

  • étal - marktkraam

  • produits frais - verse producten

  • faire le marché - boodschappen doen op de markt

  • commerçant - winkelier / koopman


10 gebruiksvoorbeelden met vertalingen

  1. Le marché est très animé le dimanche matin.
    De markt is erg levendig op zondagochtend.

  2. J’achète mes légumes au marché.
    Ik koop mijn groenten op de markt.

  3. Il y a un marché de Noël dans le centre-ville.
    Er is een kerstmarkt in het centrum van de stad.

  4. Les marchés financiers sont instables cette semaine.
    De financiële markten zijn instabiel deze week.

  5. Ce fromage vient d’un petit marché local.
    Deze kaas komt van een kleine lokale markt.

  6. Elle travaille sur une étude de marché.
    Ze werkt aan een marktonderzoek.

  7. On trouve de tout au marché aux puces.
    Je kunt alles vinden op de vlooienmarkt.

  8. Le marché du travail est compétitif.
    De banenmarkt is competitief.

  9. J’aime l’ambiance du marché en plein air.
    Ik hou van de sfeer van de openluchtmarkt.

  10. Ils installent leurs étals très tôt au marché.
    Ze zetten hun kraampjes al heel vroeg op de markt.