Duitse bijvoeglijke naamwoorden eenvoudig gemaakt: Regels en voorbeelden

Bijvoeglijke naamwoorden in het Duits kunnen ontmoedigend zijn voor leerlingen, maar het begrijpen van de basisregels kan het leerproces aanzienlijk vereenvoudigen. Door duidelijke richtlijnen te volgen, kun je het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden in een mum van tijd onder de knie krijgen. Laten we eens kijken naar de regels en voorbeelden om Duitse bijvoeglijke naamwoorden eenvoudig en beheersbaar te maken.

 

Regel 1: Bijvoeglijke bepaling met lidwoorden (der, die, das)

Wanneer een bijvoeglijk naamwoord direct voorafgaat aan een bepaald lidwoord (der, die, das)Het bijvoeglijk naamwoord heeft de volgende uitgangen:

  • Mannelijk (der): -e
  • Vrouwelijk (die): -e
  • Onzijdig (das): -e
  • Meervoud (die): -

 

Voorbeelden:

  • Der schnelle Mann (De snelle man)
  • Die schöne Frau (De mooie vrouw)
  • Das kleine Kind (Het kleine kind)
  • Die guten Bücher (De goede boeken)

 

Regel 2: Bijvoeglijke bepaling met onbepaalde lidwoorden (ein, eine)

Met onbepaalde lidwoorden (ein, eine)Bijvoeglijke naamwoorden hebben iets andere uitgangen:

  • Mannelijk (ein): -er
  • Vrouwelijk (eine): -e
  • Onzijdig (ein): -es
  • Meervoud (kein): -

 

Voorbeelden:

  • Ein alter Mann (Een oude man)
  • Eine nette Frau (Een leuke vrouw)
  • Ein kleines Kind (Een klein kind)
  • Keine guten Bücher (Geen goede boeken)

 

Regel 3: Bijvoeglijke bepaling zonder lidwoord (Nullartikel)

Als er geen lidwoord voor het zelfstandig naamwoord staat, hebben bijvoeglijke naamwoorden meestal de volgende uitgangen:

  • Mannelijk: -er
  • Vrouwelijk: -e
  • Onzijdig: -es
  • Meervoud: -e

 

Voorbeelden:

  • Großer Tisch (Grote tafel)
  • Kleine Katze (Kleine kat)
  • Schönes Haus (Mooi huis)
  • Gute Bücher (Goede boeken)

 

Regel 4: Bijvoeglijke bepaling na bezittelijk voornaamwoord

Bijvoeglijke naamwoorden die volgen op bezittelijke voornaamwoorden hebben dezelfde uitgang als die met onbepaalde lidwoorden.

 

Voorbeelden:

  • Mein neues Auto (Mijn nieuwe auto)
  • Dein schönes Haus (Uw prachtige huis)
  • Ihr kleines Kind (Haar kleine kind)
  • Unsere guten Freunde (Onze goede vrienden)